dinsdag 29 maart 2011

het afsluitende project

Opdrachtformulering/studieactiviteiten:

In deze periode onderneem je zelfstandig, vanuit zelfgekozen uitgangspunten en invalshoeken en met zelfgekozen werkwijzen en doelen een beeldend werkproces (Atelierstudie).
Het is belangrijk dat je daarbij uitgaat van wat je al gedaan hebt. Begin niet onnodig bij ‘0’.
Onderzoek welke aanleidingen in je werk tot nog toe, voor jou het meest tot de verbeelding spreken om nader te onderzoeken. Onderzoek hoe je daarbij te werk gaat. Hoe ga je denken en handelen met elkaar in verband brengen? Hoe ga je met de tijd (dag, week, periode) om? Hoe ga je anderen (oa je docenten) betrekken in je studieproces? Welke bronnen gebruik je? Hoe organiseer je het werk? Etc. etc.
Het Leerprogramma bestaat uit 4 tekensessies, verzorgd door elk van de docenten, telkens vanuit een andere invalshoek. 
In het rooster vind je welke docent(en) op welke dag aanwezig zijn. Zij zullen je gevraagd en ongevraagd begeleiden en in week 21 je werk beoordelen. 
In week 17 zijn TUSSENTIJDSE BESPREKINGEN georganiseerd. Met je docenten kijk je dan naar hoe het werkproces loopt en welke conclusies je voor de resterende tijd zou kunnen trekken.
Maak goed en zoveel mogelijk gebruik van de mogelijkheden van de academie en stel anderen in staat van jou te leren. Je aanwezigheid (ook buiten ’kantooruren’) is dan een voorwaarde.
Wanneer je in een van de werkplaatsen wilt werken moet je vroegtijdig, heldere afspraken met de betreffende werkplaatsmeester(s) maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten